kirschner-ED

Als je het begrijpt, geef je les

Deze blog stond in een verkorte vorm in het mei 2021 nummer van Didactief.

Vorige maand vond het jaarlijkse congres van de American Educational Research Association (AERA) plaats, online deze keer. Ik vond het Een goede gelegenheid voor een gouwe ouwe van Lee Shulman (1986) omdat wat hij toen zei raakt in mijn opinie de kern van de leraar en haar/zijn deskundigheid, en dus de kwaliteit van het onderwijs.

In diens AERA-keynote keek hij naar wat een leraar is (of hoort te zijn). Hij begon met wat hij noemde een ‘beruchte zinspreuk’ van schrijver George Bernard Shaw over leerkrachten: ‘Hij die kan, doet. Hij die niet kan, onderwijst.’

Sjulman vond die uitspraak “een rampzalige belediging voor ons beroep, die soms zelfs door leraren gemakkelijk herhaald wordt”. Zorgwekkender vond hij dat die filosofie vaak ten grondslag lag aan het beleid met betrekking tot het beroep en de activiteiten van lesgeven. Hij vroeg zich af waar zo’n vernederend beeld van de capaciteiten van de leraar vandaan kwam. Hij wilde weten hoe lang leraren belast werden door veronderstellingen van onwetendheid en onbekwaamheid binnen het leerkorps. En tot slot, vroeg hij “Moet Shaw worden behandeld als het laatste woord over wat leraren wel en niet weten, of wel en niet kunnen doen?”

Hij begon zijn keynote met een vergelijking van wat een basisschoolleraar in 1875 moest weten voor een accreditatie-examen met de criteria van ruim honderd jaar later. In 1875 waren er twintig criteria, onder andere in (hoofd)rekenen, algebra, STEM-vakken, grammatica, een opstel en schoonschrift.

1. Geschreven Rekenen11. Grondwet van de VS
2. Mentaal Rekenen12. Schoolwetten in Californie
3. Geschreven Grammatica13. Schoonschrijven
4. Gesproken Grammatica14. Biologie
5. Aardrijkskunde15. Schrijfvaardigheid [Composition]
6. Geschiedenis van de VS16. Lezen
7. Theorie en Practijk van Doceren17. Spelling
8. Algebra18. Definiëren (woordkennis en -analyse)
9. Fysiologie19. Vocaal Muziek
10. Natuurkunde20. Technisch Tekenen

Hier zijn voorbeelden van de vragen (sorry nu in het Engels):

  • Find the cost of a draft on New York for $1,400 payable sixty days after sight, exchange being worth 102.5% and interest being reckoned at a rate of 7% per annum. (Written Arithmetic, one of ten items)
  • Divide 88 into two such parts that shall be to each other as 2/3 is to 4/5. (Mental Arithmetic, one of ten items)
  • When should the reciprocal pronouns one another and each other be used? the correlative conjunctions so as and as as?
  • Name and illustrate five forms of conjugation. Name and give four ways in which the nominative case may be used. (Grammar, two of ten items)
  • Define specific gravity. Why may heavy stones be lifted in water when on land they can scarcely be moved?
  • What is adhesion? What is capillary attraction? Illustrate each. (2 of 10 items from Natural Philosophy)
  • Name five powers vested in Congress.

Maar er waren ook vragen over doceren, pedagogiek, en didactiek:

  • Hoe zou je de vooruitgang van leerlingen het beste kunnen peilen en in de gaten houden?
  • Hoe kan je het beste kinderen worden die vaak verkeerd gespeld worden afleren?
  • Hoe wekt u de interesse van luie en onzorgvuldige leerlingen? Volledig antwoord (!)’.

Best pittige vragen!

Ruim een eeuw later, in 1985, waren de criteria gericht op onder meer instructieplannen, evaluaties, individuele verschillen en cultureel bewustzijn.

  1. Organiseren en voorbereiden van lesplannen
  2. Evaluatie
  3. Herkennen van individuele verschillen
  4. Cultureel bewustzijn
  5. De jeugd begrijpen
  6. Management
  7. Onderwijsbeleid en procedures

Shulman vroeg zich af waar de inhoud gebleven was en mijmerde dat Shaw anno 1985 misschien gelijk had. Beleidsmakers hielden vast, zo argumenteerde hij, aan onderzoek waarin ‘in hun noodzakelijke vereenvoudiging van de complexiteit van het onderwijs, onderzoekers één centraal aspect van het klasleven negeerden: de stof’ en noemde dit het ontbrekende paradigma, met ernstige gevolgen voor beleid en onderzoek. Om dit ontbrekende paradigma een plaats te geven, stelde Shulman dat lerarenopleidingen een onderscheid moeten maken tussen:

  1. Kennis van de inhoud van het vak (content knowledge): de inhoud en organisatie van de leerstof.
  2. Pedagogisch inhoudelijke kennis (pedagogical content knowledge): weten en begrijpen hoe je een vak kunt doceren, waarom bepaalde dingen makkelijk of moeilijk te leren zijn, de (mis)concepties van leerlingen en hoe je daarmee om moet gaan.
  3. Curriculaire kennis (curricular knowledge): hoe de inhoud van het curriculum inhoudelijk en conceptueel in elkaar steekt. Shulman maakte hier onderscheid tussen laterale curriculaire kennis (wat er op dat moment aan de orde is in andere vakken) en verticale curriculaire kennis (wat er in de voorgaande en opvolgende leerjaren aan de orde komt in jouw vak).

Daarnaast introduceerde Shulman drie zogenoemde vormen van lerarenkennis. De eerste is propositionele kennis: evidence-informed proposities (aannames) over wat goed onderwijs en goede instructie is. Dit omvat (a) principes (theoretische claims op basis van empirisch onderzoek), zoals een lesstrategie die het werkgeheugen van de leerling niet overbelast, (b) praktische stelregels: breek een nieuw krijtje eerst doormidden zodat het niet piept op het bord, of: nooit glimlachen voor kerstmis, en (c) normen (ideologische claims, filosofische uitgangspunten), zoals rechtvaardigheid, eerlijkheid en gelijkheid.

Als tweede noemt Shulman casuskennis: specifieke, goed gedocumenteerde en rijk beschreven gebeurtenissen uit de theorie of praktijk, die dienen als prototype om theoretische principes te illustreren, als precedent om de dagelijkse praktijk vast te leggen of als gelijkenis (parabel) om normen en waarden weer te geven.

Tot slot spreekt hij van strategische kennis, waarmee je als leraar weet wat je moet doen als je wordt geconfronteerd met een situatie waarin principes botsen en geen eenvoudige oplossing voorhanden is. Hierbij heb je metacognitief bewustzijn nodig, om te reflecteren en professioneel te oordelen.

Deze 35 jaar oude blauwdruk van Shulman heeft niets ingeboet aan waarde: het is nog steeds een uitgangspunt voor de leraar en een actuele oproep aan beleidsmakers en lerarenopleiders om de kwaliteit en professionaliteit van de leraar te verhogen en waarborgen. Allemaal bij elkaar genomen, heeft Shulman (1) een mooie blauwdruk gemaakt voor lerarenopleidingen, (2) een leidraad gemaakt voor accreditatie en (3) Shaw’s zinspreuk verandert in “Degenen die kunnen, doen. Degenen die het begrijpen, onderwijzen.

Referenties

Shulman, L. S. (1986). Those who understand teach: Knowledge growth in teaching. Educational Researcher, 15(2), 4–14. https://doi.org/10.3102/0013189X015002004

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on email
Email
Share on whatsapp
WhatsApp
%d bloggers liken dit: