kirschner-ED

De Edupreneur Profiteert van Paniek

Deze blog is een uitgebreide versie van mijn blog bij Didactief.

Er zijn twee soorten paniek uitgebroken rond het onderwijs. De eerste is een morele paniek, een buitenproportionele, vijandige en door de media opgestookte reactie op iets dat ons lijkt te bedreigen. De tweede is een echte paniek, zoals nu rond Covid-19 ontstaat.

Bij een morele paniek horen argumenten die vaak zijn verwoord in dramatische taal, ze prediken vergaande gevolgen en roepen op tot urgente en fundamentele veranderingen.

Zoals Pedro, Casper en ik schreven in ons boek Jongens zijn slimmer dan meisjes XL, Bennett, Maton en Kervin (2008) beschrijven waarom zulke legendes die geboren zijn uit morele paniek zo gemakkelijk aanslaan en waarom ze zo hardnekkig zijn. Het komt hierop neer:

De argumenten worden vaak in dramatische taal geformuleerd, verkondigen een heftige verandering in de wereld en spreken over zuivere verschillen tussen generaties … Zulke beweringen in combinatie met een beroep op het gezond verstand en herkenbare anekdotes worden gebruikt om een noodsituatie uit te roepen en op te roepen tot dringende en fundamentele verandering … Nog een aspect van deze ‘academische morele paniek’ is de structuur als een reeks sterk gebonden scheidslijnen: tussen een nieuwe generatie en alle voorgaande; tussen de technische deskundigen en de onkundigen; en tussen leerlingen en leraren … De taal van morele paniek en de scheidslijnen die werden aangebracht door de commentatoren sluiten elke vorm van debat uit en zorgen er zo voor dat de onbewezen beweringen welig kunnen tieren.

Volgens socioloog Stanley Cohen () komt morele paniek voor wanneer een ‘conditie, episode, persoon of groep personen tevoorschijn komt die als een bedreiging wordt beschouwd van sociale waarden en interesses’ (p.9). Ook krijgt het onderwerp dat de paniek veroorzaakt (in dit geval de vermeende problemen in het onderwijs) veel publiciteit, want de verwachte negatieve gevolgen maken het nieuwswaardig.

Een vaak terugkerende morele paniek:

De kinderen houden tegenwoordig van luxe; slechte manieren hebben, minachting voor autoriteit; gebrek aan respect voor ouderen … zijn tirannen … spreken hun ouders tegen … en tiranniseren hun leraren.

De wereld maakt moeilijke tijden door. De jonge mensen van vandaag denken aan niets anders dan aan zichzelf … Ze zijn ongeduldig van alle terughoudendheid. Ze praten alsof ze alles wisten, en wat bij ons voor wijsheid doorgaat, is dwaasheid bij hen.

Klinkt bekend? Deze paniek is aan de gang sinds Socrates (± 300 v.Chr.) die de auteur was van het eerste citaat. De tweede is van Peter de kluizenaar (priester van Amiens), die een sleutelfiguur was in de Eerste Kruistocht en die op 8 juli 1115. stierf

Deze paniek zie je overal. Denk aan de dagelijkse krantenartikelen die van hel en verdoemenis spreken. Maar daarnaast zien wij radiospots voor privé onderwijsinstellingen, speciale cursussen en bijlesbedrijven, tv-reclame voor quizzen en spelletjes die het leren effectief en leuk maken en voor alomtegenwoordige webgebaseerde leerlingvolgsystemen (waar ouders toegang toe hebben). De bedrijven die adverteren spelen allemaal in op de vrees van ouders dat hun kinderen met ‘gewoon’ onderwijs buiten de boot vallen of dat zij de vorderingen van hun kinderen niet kunnen zien. Zij zeggen allemaal niet expliciet dat het onderwijs slecht is, maar zij beweren klaar te staan voor jouw kind dat “meer uitdaging zoekt of juist een tandje bij moet zetten”. Codetaal dat het onderwijs ondermaats is en dat doen voor jou en jouw kind doen wat de reguliere scholen niet (kunnen) doen.

Dit misbruik van een opgeblazen probleem wordt mooi maar moeilijk beschreven in een artikel van Ideland, Jober en Axelsson met de titel Problem solved! How edupreneurs enact a school crisis as business possibilities. Edupreneur is een portmanteauwoord dat education (onderwijs) combineert met entrepreneur (ondernemer): een onderwijsondernemer[1].

Abstract of the article

This article explores how a growing apparatus of edupreneurial actors offers solutions for the current ‘school crisis’ and how these commercial actors become taken for granted in the public school system. The Swedish case is interesting, as it involves a once-strong welfare state that is now associated with both the neoliberal discourse of competition and the outsourcing of policy work. Two examples – research-based education and the digitalization of education – serve to illustrate how a crisis narrative is translated into edupreneurial business ideas and how companies become established in the edupreneurial market through ‘public/private statework’. Bacchi’s notion of problematization is used to analyse processes through which the crisis has become a hegemonic truth and thus an obvious object for (business) intervention. In addition, this study shows how the commodification of school limits what becomes the ‘research base’ for schooling. The results point to the importance of how the problem is constructed and what is represented (or not) in this problematization process, for example, how critical research is left out. Another important conclusion is that the crisis narrative and policy reforms nurture the existence of these private companies.

De auteurs namen Zweden als casus voor de opkomst van edupreneurs die het onderwijs op neoliberale leest wilden en wisten te schoeien. Deze privé partijen zagen kans om soms nauwelijks aanwezige problemen in en met het onderwijs op te blazen en impliciet als ‘crisis’ in te kaderen (framing). Hun websites verwijzen niet naar onderwijs als verouderd en saai, noch naar onderwijsonderzoek als ‘nutteloos’ en onpraktisch, of het klaslokaal als rommelig. Nee, hun websites spreken in termen van mogelijkheden – in optimistische taal die betrokkenheid, structuur en mogelijkheden laat zien. Door het zo te beschrijven, wordt een ‘crisis’ vertaald in een handelsartikel, iets dat ‘oplossingsgericht’ is bovendien. De edupreneurs gebruiken onderzoek, vaak van ‘big name’ onderzoekers als John Hattie of Dylan Wiliam, zeer selectief (dit heet cherry picking: de krenten uit de pap halen) en benadrukken zaken als transparantie (‘Wat wordt er werkelijk geleerd?’) en efficiëntie (‘Hoe maken wij leerkrachten meer efficiënt?’).

De edupreneurs zijn dus voor een deel verantwoordelijk voor de crisis (framing) en bieden vervolgens meteen de oplossing (oplossingsgericht). Zoals vaak het geval, maken ze heel handig gebruik van de morele paniek die zij mede veroorzaakt hebben.

Maar er is nog een andere soort paniek, de echte. Covid-19 is een voorbeeld hiervan. Door de coronapandemie zien scholen, van basis- tot hoger onderwijs, zich genoodzaakt onderwijs op een andere manier aan te bieden. Zij zijn massaal overgestapt op technologie platforms als Microsoft Teams of Zoom of … om wat ik Emergency Remote Teaching (Noodonderwijs op Afstand) noem te bewerkstelligen. Ook online cursusplatforms zoals Coursera bieden universiteiten nu bijna gratis gebruik van hun cursussen die, tot kortgeleden, achter een betaalmuur stonden. Allemaal geweldig toch, zou je zeggen? Maar er zit een adertje onder het gras.

Het FD heeft er op 25 oktober een nuchter artikel over geschreven, waarin het aandacht vraagt voor onze privacy en data. Immers, wie is er tegen het verspreiden van kennis via een platform waarmee volwassenen collegereeksen kunnen volgen..? En ik voeg daar aan toe: wie kan er tegen het weggeven van vergaderplatforms zijn, zó dat er op afstand onderwijs aan schoolklassen in basis- voortgezet en hoger onderwijs mogelijk is? Maar, schrijft het FD, in onze terechte paniek hebben we niet de nodige tijd genomen om, bijvoorbeeld, stevige voorwaarden te stellen aan de bescherming van onze privacy en het gebruik van onze data door deze platforms.

Een evaluatie door het Education Week geschreven door Benjamin Herold over het privacybeleid van een aantal aanbieders leverde zorgen op over het gebruik van tracking- en bewakingstechnologieën waarmee derden informatie over studenten kunnen verzamelen. Verder rezen er vragen over het verzamelen, gebruiken en delen van enorme hoeveelheden ‘’metadata’ van leerlingen en studenten. Bij sommige bedrijven is er sprake van de mogelijkheid (volgens hun privacy beleid) tot bijna grenzeloos delen van informatie met derden, onder andere door hun samenwerking / verbinding met Facebook en Google. Ik citeer: “Khan Academy, which provides open instructional resources to 10 million unique users per month, came under the sharpest criticism. Ms. Barnes, for example, said the Mountain View, Calif.-based nonprofit’s privacy policy allows for “almost limitless” sharing of student information with third parties.”

Both the experts consulted by Education Week blasted the privacy policy of Khan Academy, a non-profit organization that has made a big push to expand its reach in recent months via new partnerships and new math resources tied to the contentious Common Core State Standards.

“They are essentially enabling third parties to gather unlimited information about users and disclaiming any responsibility for that,” Mr. Reidenberg said of the organization.

Ms. Barnes pointed to Khan Academy’s integrations with Facebook and Google—”businesses that are founded on the idea of commercializing information”—and liberal approach to granting third-party advertisers and app developers access to student information as particularly problematic. Worse, she said, the organization explicitly says that its privacy policy “does not apply to, and we cannot control the activities of” those third-party partners.

Plus, Khan Academy users who want to know how their information will be utilized are advised to review the privacy policies of all the third parties with whom the organization partners—none of whom are identified by name, and most of whom likely reserve the right to change their policies at any time, with limited or no notice, she said.

Welke spreekwoord kiezen wij hier? ‘Een gegeven paard kijk je niet in de bek’ of ‘Voor niets gaat de zon op’?

Bennett, S., Maton, K., & Kervin, L. (2008). The “digital natives” debate: A critical review of the evidence. British Journal of Educational Technology, 39, 775-786.

Cohen, S. (1973). Folk devils and moral panics. St Albans, UK: Paladin.

Herold, B. (2014, April 12). Prominent ed-tech players’ data-privacy policies attract scrutiny. Education Weekly. https://www.edweek.org/ew/articles/2014/04/16/28privacy_ep.h33.html

Ideland, M., Jobér, A., & Axelsson, T. (2020). Problem solved! How eduprenuers enact a school crisis as business possibilities. Eruropean Educational Research Journal.

McRobbie, A., & Thornton, S. L. (1995). Rethinking ‘moral panic’ for multi-mediated social worlds. The British Journal of Sociology, 46, 559-574.


[1] Misschien weet je dit niet maar zulke portmanteauwoorden gebruik je dagelijks. Denk aan podcast (iPod+broadcast), smog (smoke+fog), or brexit (Britain+exit).

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on email
Email
Share on whatsapp
WhatsApp
%d bloggers liken dit: